Optimaal bedrijfsmanagement met bodem-, mest-, water-, gewas- en voedersanalyses voor hogere opbrengst en duurzame winst.
Data over bodem, gewas en voer voor betere sourcing, traceerbaarheid en duurzame beslissingen in de keten.
Data over bodemgezondheid, nutriënten en gewasprestaties voor gerichte toepassingen en slimmere productontwikkeling.
Inzicht in bodemkwaliteit en nutriëntenbalans voor gezond en optimaal beheer van gras en groen.
Betrouwbare analyses, duidelijke data en praktisch advies om opbrengst, duurzaamheid en bedrijfsresultaat te verbeteren..
Ondersteuning met datagedreven oplossingen die veredeling, productie en kwaliteitsborging verbeteren.
Gevalideerde data over bodem, gewas en nutriënten voor financiering en duurzaamheidsplatforms met traceerbare data.
Inzicht in bodem- en ruwvoerkwaliteit voor optimaal weidebeheer en een gezond leefklimaat.
Nauwkeurige analyses en heldere inzichten om productie te optimaliseren, duurzaamheid te verbeteren en advies te versterken.
Datagedreven inzicht in bodem, gewas en nutriënten voor het ontwikkelen van slimmere en nauwkeurigere machines.
Betrouwbare data voor beleid, duurzaam landgebruik en infrastructuurplanning en onderzoek.
Weergeven in een andere taal
Ruw vet vertegenwoordigt de totale hoeveelheid vet in een product. Het omvat zowel verzadigde als onverzadigde vetzuren, die bijdragen aan het energiegehalte en de voedingswaarde van het voer.
De meting van ruw vet is de hoeveelheid vetachtige stoffen in de kuil. Verzadigde en onverzadigde vetzuren bevinden zich onder andere in deze fractie.
Sturen op ruw vet is vrij moeilijk. Over het algemeen heeft nieuw grasland een hoger vetgehalte. Dus jong maaien kan in sommige gevallen een positief effect hebben.
Ruw vet is opgenomen in de voederwaardering als energiecomponent. Deze typen vetten kunnen ook de samenstelling van het melkvet beïnvloeden (onverzadigde vetzuren). Het laat ook de vacht van de koe glanzen.
Vet bevat drie keer meer energie vergeleken met koolhydraten. Daarom wordt soms vet toegevoegd aan het rantsoen van het paard om de energie te verhogen.
Paarden hebben echter geen galblaas, waardoor de gal direct vanuit de lever wordt afgegeven voor de vertering. Daarom moet een grotere hoeveelheid vet langzaam worden geïntroduceerd, zodat de lever zich kan aanpassen aan de benodigde galproductie binnen het spijsverteringssysteem van het paard.