Optimaal bedrijfsmanagement met bodem-, mest-, water-, gewas- en voedersanalyses voor hogere opbrengst en duurzame winst.
Data over bodem, gewas en voer voor betere sourcing, traceerbaarheid en duurzame beslissingen in de keten.
Data over bodemgezondheid, nutriënten en gewasprestaties voor gerichte toepassingen en slimmere productontwikkeling.
Inzicht in bodemkwaliteit en nutriëntenbalans voor gezond en optimaal beheer van gras en groen.
Betrouwbare analyses, duidelijke data en praktisch advies om opbrengst, duurzaamheid en bedrijfsresultaat te verbeteren..
Ondersteuning met datagedreven oplossingen die veredeling, productie en kwaliteitsborging verbeteren.
Gevalideerde data over bodem, gewas en nutriënten voor financiering en duurzaamheidsplatforms met traceerbare data.
Inzicht in bodem- en ruwvoerkwaliteit voor optimaal weidebeheer en een gezond leefklimaat.
Nauwkeurige analyses en heldere inzichten om productie te optimaliseren, duurzaamheid te verbeteren en advies te versterken.
Datagedreven inzicht in bodem, gewas en nutriënten voor het ontwikkelen van slimmere en nauwkeurigere machines.
Betrouwbare data voor beleid, duurzaam landgebruik en infrastructuurplanning en onderzoek.
Weergeven in een andere taal
Het gehalte droge stof (DS) geeft het deel van een voermonster weer dat overblijft nadat al het vocht is verwijderd. Het is de eerste laboratoriumbepaling die op voermonsters wordt uitgevoerd en vormt de basis voor alle andere analyseresultaten en voerwaarderingen.
Omdat nutriënten per kilogram Droge Stof worden uitgedrukt, kunnen resultaten objectief worden vergeleken, ongeacht het vochtgehalte.
Vacuümdroogmethode
Standaard droogmethode (103°C)
Het droge-stofgehalte vormt de basis voor:
Het droge-stofgehalte bepaalt de kwaliteit van kuilvoer en beïnvloedt conservering, fermentatie en voederwaarde.
Factoren zoals haksellengte, verdichting en suikergehalte beïnvloeden de kwaliteit ook.
DS wordt routinematig gemeten als onderdeel van de Ruwvoeranalyse.
Bron: CVB, 2011
| Product | Droge stof (%) |
| Graskuil | 30–50 |
| Maïskuil | 30–40 |
| Stro | 83–86 |
| CCM-kuil | 50–65 |
| Vers gras | 15–17 |
| Aardappelvezel | 14–16 |
| Bierbostel | 22–26 |
Een optimaal DS-gehalte (~36%) in maïskuil resulteert in een maximale bruikbare voederwaarde en een verbeterd zetmeelgehalte en zetmeelbestendigheid.
De smakelijkheid kan echter iets afnemen bij drogere kuil, afhankelijk van het totale rantsoen.