Optimaal bedrijfsmanagement met bodem-, mest-, water-, gewas- en voedersanalyses voor hogere opbrengst en duurzame winst.
Data over bodem, gewas en voer voor betere sourcing, traceerbaarheid en duurzame beslissingen in de keten.
Data over bodemgezondheid, nutriënten en gewasprestaties voor gerichte toepassingen en slimmere productontwikkeling.
Inzicht in bodemkwaliteit en nutriëntenbalans voor gezond en optimaal beheer van gras en groen.
Betrouwbare analyses, duidelijke data en praktisch advies om opbrengst, duurzaamheid en bedrijfsresultaat te verbeteren..
Ondersteuning met datagedreven oplossingen die veredeling, productie en kwaliteitsborging verbeteren.
Gevalideerde data over bodem, gewas en nutriënten voor financiering en duurzaamheidsplatforms met traceerbare data.
Inzicht in bodem- en ruwvoerkwaliteit voor optimaal weidebeheer en een gezond leefklimaat.
Nauwkeurige analyses en heldere inzichten om productie te optimaliseren, duurzaamheid te verbeteren en advies te versterken.
Datagedreven inzicht in bodem, gewas en nutriënten voor het ontwikkelen van slimmere en nauwkeurigere machines.
Betrouwbare data voor beleid, duurzaam landgebruik en infrastructuurplanning en onderzoek.
Weergeven in een andere taal
Calcium, ook wel kalk genoemd, is een aardalkalimineral dat een vitale rol speelt in de diergezondheid en stofwisseling.
Meer dan 95% van al het calcium (Ca) in het lichaam is opgeslagen in de botten.
Zowel in botten als in melk komt calcium voor als calciumfosfaat (Ca₃(PO₄)₂).
Daarom zijn zowel calcium als fosfor (P) nodig voor botvorming en melkproductie.
De verhouding tussen calcium en fosfor in het rantsoen is cruciaal. In de afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor het optimaliseren of minimaliseren van fosforgehaltes in voersamenstellingen.
Melkkoeien hebben grote hoeveelheden calcium nodig om melk te produceren. De botten fungeren als een calciumbuffer. Vitamine D reguleert, in samenhang met hormonen, de opname en mobilisatie van calcium tussen de darmen, het bloed en de botten. Naarmate dieren ouder worden, neemt hun vermogen om calcium te mobiliseren af, waardoor het risico op melkziekte toeneemt.
Naast zijn structurele rol is calcium ook essentieel voor:
Calciumbehoefte (CVB, 2016)
| Categorie | g/kg droge stof | g/dier/dag |
| Jongvee vanaf 4 maanden | 5.6 | 22 |
| Jongvee vanaf 9 maanden | 3.5 | 20 |
| Jongvee vanaf 16 maanden | 2.8 | 21 |
| Droge koeien (8–3 weken voor afkalven) | 2.4 | 27 |
| Droge koeien (3–0 weken voor afkalven) | 2.8 | 31 |
| Melkgevende koeien (20 kg melk) | 3.2 | 60 |
| Melkgevende koeien (40 kg melk) | 4.2 | 100 |
Een calciumtekort kan structureel leiden tot osteoporose en beenproblemen. Het verhoogt ook het risico op melkziekte en er kunnen ook spierkrampen optreden. Een hoog magnesiumgehalte verlaagt door onderlinge concurrentie de calciumopname en kan zo een indirect calciumtekort veroorzaken. In het rantsoen van droge koeien worden hogere magnesiumgehaltes gebruikt om de calciumopname te stimuleren.
Een calciumoverschot komt zelden voor, omdat het lichaam over verschillende mechanismen beschikt om overtollig calcium uit te scheiden. Een tijdelijk verhoogd calciumgehalte heeft geen gevolgen. Een langdurig verhoogde calciuminname via voer kan nierproblemen veroorzaken en leiden tot verkalking van zachte weefsels, zoals de nieren, lever en vaatwanden. De CVB (2005) geeft een toxiciteitsgrens van 15 g calcium per kilogram droge stof (bij chronisch hoge gehalten).