Boterzuur en boterzuurbacteriën in kuilvoer

Definitie en kenmerken

Boterzuur is een vluchtig vetzuur, net als azijnzuur en propionzuur, met een zeer penetrante geur, te vergelijken met zweetvoeten of een sterke kaasachtige geur, en een onaangename smaak. Boterzuur wordt geproduceerd door boterzuurbacteriën in slecht geconserveerde gras- en maïskuil. De geur van boterzuur is daarom kenmerkend voor slechte, natte graskuil. De vorming van boterzuur kan grotendeels worden voorkomen door het kuilvoer goed aan te rijden, het gras te hakselen, het voor te drogen, het snel af te dekken en bijvoorbeeld kuiltoevoegmiddelen te gebruiken.

Boterzuur en de conserveringsindex

Boterzuur is een belangrijk onderdeel van de Conserveringsindex die door Eurofins Agro Testing is ontwikkeld. De norm voor het boterzuurgehalte is < 3 g/kg droge stof. Hoe meer het gehalte in een graskuil de norm overschrijdt, hoe lager de Conserveringsindex.

Boterzuurbacteriën en sporen

Boterzuurbacteriën zijn anaerobe bacteriën, wat betekent dat ze zonder zuurstof groeien, van de soort Clostridium (tyro)butyricum, en ze komen van nature veel voor in water, bodem en mest. Boterzuurbacteriën zijn sporenvormende bacteriën. Sporen zijn bacteriën die zich in een zogenoemde rusttoestand bevinden en zeer bestand zijn tegen droogte, hitte en andere extreme omstandigheden. Op deze manier kunnen ze jarenlang overleven en onder gunstige omstandigheden opnieuw uitgroeien tot schadelijke bacteriën.

Via strooisel, mest en vooral slechte kuil kunnen boterzuurbacteriën en sporen in melk terechtkomen. In tegenstelling tot boterzuurbacteriën overleven de sporen het pasteurisatieproces van melk en kunnen ze problemen veroorzaken bij de kaasbereiding, zoals een ranzige smaak. Wanneer de gehaltes te hoog zijn, geven melkproducenten waarschuwingen af en passen zij kortingen toe op de melkprijs.

Boterzuur en boterzuurbacteriën in de pens

In de pens worden vluchtige vetzuren (azijnzuur, propionzuur en boterzuur) gevormd door pensmicroben. Boterzuur wordt vooral gevormd bij de afbraak van suikers en onbestendig zetmeel.

Boterzuur en, in mindere mate, propionzuur stimuleren de groei van penspapillen. Deze penspapillen vergroten het absorptieoppervlak en zijn essentieel voor de opname van de gevormde vluchtige vetzuren via de penswand. In een rantsoen met een zeer hoge structuurwaarde (bijvoorbeeld tijdens droogstand) kunnen de penspapillen degenereren, wat de pensstabiliteit in gevaar kan brengen en pensverzuring kan veroorzaken.

Gerelateerde producten

Voederwaardeonderzoek