Optimaal bedrijfsmanagement met bodem-, mest-, water-, gewas- en voedersanalyses voor hogere opbrengst en duurzame winst.
Data over bodem, gewas en voer voor betere sourcing, traceerbaarheid en duurzame beslissingen in de keten.
Data over bodemgezondheid, nutriënten en gewasprestaties voor gerichte toepassingen en slimmere productontwikkeling.
Inzicht in bodemkwaliteit en nutriëntenbalans voor gezond en optimaal beheer van gras en groen.
Betrouwbare analyses, duidelijke data en praktisch advies om opbrengst, duurzaamheid en bedrijfsresultaat te verbeteren..
Ondersteuning met datagedreven oplossingen die veredeling, productie en kwaliteitsborging verbeteren.
Gevalideerde data over bodem, gewas en nutriënten voor financiering en duurzaamheidsplatforms met traceerbare data.
Inzicht in bodem- en ruwvoerkwaliteit voor optimaal weidebeheer en een gezond leefklimaat.
Nauwkeurige analyses en heldere inzichten om productie te optimaliseren, duurzaamheid te verbeteren en advies te versterken.
Datagedreven inzicht in bodem, gewas en nutriënten voor het ontwikkelen van slimmere en nauwkeurigere machines.
Betrouwbare data voor beleid, duurzaam landgebruik en infrastructuurplanning en onderzoek.
Weergeven in een andere taal
Azijnzuur (net als boterzuur en propionzuur) is een vluchtig vetzuur dat wordt gevormd tijdens het gunstige conserveringsproces van gras- en maïskuil.
Lage gehalten maken graskuil kwetsbaar voor oververhitting. Oogst gewassen met een hoog suikergehalte en die niet te droog zijn om bacteriële omzetting te ondersteunen, aangezien droge kuil de vorming van azijnzuur beperkt.
Optimale gehalten aan azijnzuur en propionzuur in graskuil zijn 20–35 g/kg DS. Te laag veroorzaakt broei; te hoog beïnvloedt de smaak. Bij een lage pH remmen deze zuren schimmels en bacteriën, wat zorgt voor goed geconserveerd kuilvoer.
In de pens vormen microben vluchtige vetzuren. Azijnzuur uit de afbraak van cellulose levert energie en melkvet. Rantsoenen met weinig structuur (bijv. jong gras) verlagen het azijnzuurgehalte, waardoor het melkvetgehalte daalt. Cellulolytische bacteriën zijn zeer gevoelig voor een lage pH.