Aardappelcystenaaltjes (aardappelmoeheid)

Definitie

Aardappelcystenaaltjes (AM), vaak geassocieerd met aardappelmoeheid, zijn microscopisch kleine rondwormen die aardappelwortels aantasten. Ze behoren tot twee soorten:

  • Globodera rostochiensis (Ro)
  • Globodera pallida (Pa)

Beide soorten omvatten groepen die pathotypen worden genoemd, die verschillen in hun vermogen om zich voort te planten op resistente aardappelrassen.

Belang

AM-besmettingen kunnen de aardappelopbrengst en -kwaliteit sterk verminderen. Ze blijven jarenlang in de bodem aanwezig en zijn moeilijk uit te roeien, waardoor soortidentificatie en resistentiemanagement essentieel zijn voor een duurzame aardappelproductie.

Pathotypen

  • G. rostochiensis: vijf pathotypen (Ro1–Ro5), waarbij Ro1 het meest voorkomt en Ro4/Ro5 het minst frequent zijn.
  • G. pallida: grote variabiliteit tussen populaties, maar geen duidelijk gedefinieerde pathotypen.

De meeste zetmeelaardappelrassen zijn resistent tegen beide soorten, maar sommige zijn alleen resistent tegen één soort of specifieke pathotypen.

Resistentie in rassen

  • Veel consumptierassen bieden nu resistentie tegen beide soorten.
  • De effectiviteit tegen G. pallida varieert per populatie en veldomstandigheden.
  • Gemengde infecties van verschillende pathotypen kunnen voorkomen, dus monitoring is cruciaal.

Soortbepaling

Als AM wordt aangetroffen, is soortidentificatie van groot belang voor het kiezen van het juiste ras.

PCR-testen is de meest betrouwbare methode, waarbij DNA-analyse wordt gebruikt om soorten te onderscheiden.

Deze techniek maakt het mogelijk om grote aantallen cysten nauwkeurig te testen.

Rassenkeuze en teeltstrategie

Het vereiste resistentieniveau hangt af van:

  • Rotatiefrequentie
  • Agressiviteit van de aaltjespopulatie

Aanbevolen waarden voor relatieve vatbaarheid (RH):

1 op 2 rotatie: RH ≤ 10%

1 op 3 rotatie: RH ≤ 15%

1 op 4 rotatie: RH ≤ 25%

1 op 5 rotatie: RH ≤ 37%

Symptomen in het veld

  • Vertraagde groei, onregelmatige ovale plekjes met wegval
  • Kleinere planten in het midden, grotere aan de randen
  • Vertraagde gewassluiting en ongelijkmatige bloei

Herkenning aan de wortels

Vanaf half juni: witte bolletjes (cysten) zichtbaar op wortels van vatbare rassen

Kleurveranderingen:

  • G. pallida: wit → bruin
  • G. rostochiensis: wit → geel → bruin

Let op: Resistente rassen kunnen weinig cysten vertonen, maar er kan nog steeds schade optreden.

Bron: Actieplan Aaltjesbeheersing. Het Actieplan is een initiatief van het voormalige Productschap Akkerbouw en LTO Nederland.

Gerelateerde producten

Nematoden