Optimaal bedrijfsmanagement met bodem-, mest-, water-, gewas- en voedersanalyses voor hogere opbrengst en duurzame winst.
Data over bodem, gewas en voer voor betere sourcing, traceerbaarheid en duurzame beslissingen in de keten.
Data over bodemgezondheid, nutriënten en gewasprestaties voor gerichte toepassingen en slimmere productontwikkeling.
Inzicht in bodemkwaliteit en nutriëntenbalans voor gezond en optimaal beheer van gras en groen.
Betrouwbare analyses, duidelijke data en praktisch advies om opbrengst, duurzaamheid en bedrijfsresultaat te verbeteren..
Ondersteuning met datagedreven oplossingen die veredeling, productie en kwaliteitsborging verbeteren.
Gevalideerde data over bodem, gewas en nutriënten voor financiering en duurzaamheidsplatforms met traceerbare data.
Inzicht in bodem- en ruwvoerkwaliteit voor optimaal weidebeheer en een gezond leefklimaat.
Nauwkeurige analyses en heldere inzichten om productie te optimaliseren, duurzaamheid te verbeteren en advies te versterken.
Datagedreven inzicht in bodem, gewas en nutriënten voor het ontwikkelen van slimmere en nauwkeurigere machines.
Betrouwbare data voor beleid, duurzaam landgebruik en infrastructuurplanning en onderzoek.
Weergeven in een andere taal
In de praktijk merkt Gerrit Hegen (rundveedierenarts en weidecoach) dat veel veehouders en voorlichters onbewust werken met aannames, terwijl juist de variatie in mineralen en sporenelementen grote invloed heeft op diergezondheid, nutriëntenbenutting en het bedrijfsresultaat. “Als je niet weet wat er in je ruwvoer zit, kun je nooit gericht voeren of bemesten,” zegt hij.
Die variatie is niet alleen een theoretisch risico: verschillen in sporenelementen kunnen leiden tot suboptimale opname, lagere weerstand of een inefficiënte benutting van het rantsoen. Wie stuurt op gemiddelden, mist afwijkingen en bouwt onnauwkeurigheid in het advies. Dat kan resulteren in over- of ondervoorziening van mineralen, met negatieve gevolgen voor prestaties en rendement én kosten die vaak vele malen hoger liggen dan de investering in een aanvullende analyse.
Eurofins Agro Testing speelt hierop in door te investeren in nieuwe onderzoeksmethodieken en moderne meetapparatuur. Hierdoor is het mogelijk om met dezelfde monsters aanzienlijk meer en nauwkeuriger informatie te genereren over de samenstelling van ruwvoer. Waar vaak alleen fosfor wordt geanalyseerd, ontstaat nu inzicht in het totale plaatje van mineralen en sporenelementen. Precies dat totaalbeeld is volgens Hegen essentieel.
Volgens Hegen begint goed mineralenmanagement bij inzicht: “De bodem, de plant en het dier vormen één geheel.” Vanuit die gedachte legt hij uit hoe snel er in de praktijk blinde vlekken ontstaan wanneer ruwvoer niet volledig wordt geanalyseerd.
Zo wijst hij op het belang van zwavel voor de eiwitkwaliteit van graskuil. “Zwavel bepaalt voor een groot deel de kwaliteit van je eigen eiwit. Door te weten wat er in je kuil zit, kun je je bemestingsplan voor het volgende jaar veel gerichter verbeteren,” zegt hij. Daarmee laat hij zien hoe kennis van één element al direct invloed heeft op zowel voederwaarde als teeltstrategie.
Bij melkkoeien komt daar nog een extra nuance bij, benadrukt Hegen. “Nieuwmelkte koeien kunnen ziek worden van te weinig koper of selenium, maar óók van te veel. Oudmelkte koeien op ruwvoerrantsoenen lopen juist risico op tekorten.” Volgens Hegen is een uitgebalanceerde rantsoenberekening daarom onmisbaar en die begint altijd bij betrouwbare kuilanalyses.
Tot slot maakt Hegen de cirkel rond door terug te keren naar het land. “Precisiebemesting vraagt om grondmonsters én kuilanalyses. Alleen als je beide kent, kun je gericht sturen.” Daarmee benadrukt Hegen dat inzicht in mineralen niet alleen het rantsoen verbetert, maar ook de bodemvruchtbaarheid en de teeltstrategie. Zijn boodschap is dan ook helder: “Weet waar je staat met de minerale samenstelling van je ruwvoer.”
Ook ijzer en molybdeen spelen een grotere rol dan vaak wordt gedacht. “Op ijzerhoudende grond is er kans op hoger ijzergehalte in gras en graskuil, vooral als het RAS (ruw as-gehalte) te hoog is. Dat ijzer verdringt andere mineralen, waardoor tekorten ontstaan zonder dat je het merkt. Molybdeen doet hetzelfde met koper,” legt Hegen uit. "Zonder kuilanalyses blijft dat verborgen en wordt het onmogelijk om een passend mineralenmengsel te kiezen."
Vanuit de bodem en het voer maakt Hegen de stap naar de dieren zelf. Over ouder jongvee is hij duidelijk: “Ze krijgen vaak alleen graskuil van eigen land, zonder berekend rantsoen. Dan liggen tekorten voor skelet, klauwen en weerstand gewoon op de loer.” Juist bij jongvee kunnen kleine tekorten grote gevolgen hebben voor de latere prestaties als vaars.
Diezelfde afhankelijkheid van het ruwvoer ziet hij bij droogstaande koeien. “Herstel van de vorige lactatie, voorkomen van melkziekte en een sterke weerstand na afkalven; dat hangt allemaal samen met de mineralenbalans. Calcium, kalium, magnesium, maar ook koper, zink en selenium moeten kloppen.” Een verkeerde balans in deze fase werkt door in de hele volgende lactatie.
Betrouwbare analysegegevens helpen veehouders om over te stappen van aannames naar onderbouwde beslissingen. Met inzicht in bodem, ruwvoer, water en diervoeding kunnen zij gerichter sturen op diergezondheid, efficiëntie en een toekomstbestendige bedrijfsvoering.