Karst Brolsma: “Doelsturing begint met meten, niet met aannames”

Publicatiedatum :
maandag, sep 21, 2026

De Nmin-najaarsmetingen zijn dit najaar niet alleen interessant voor boeren die meer inzicht willen krijgen in hun stikstofbenutting. De metingen spelen ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van doelsturing, een aanpak die de komende jaren naar verwachting steeds meer aandacht krijgt. 

Maar wat maakt een N-min meting daarvoor eigenlijk zo waardevol? Volgens Karst Brolsma, productmanager bij Eurofins Agro Testing, begint het antwoord bij betrouwbare praktijkgegevens.

Volgens Brolsma wordt de Nmin-najaarsmeting dan ook een steeds belangrijkere bouwsteen binnen de ontwikkeling van doelsturing. Niet omdat één meting alle antwoorden biedt, maar omdat deze inzicht geeft in hoe stikstof zich gedurende het groeiseizoen daadwerkelijk heeft gedragen. Dat is juist van belang in een tijd waarin ieder seizoen nieuwe uitdagingen met zich meebrengt.

"De recente neerslag stimuleert de mineralisatie van stikstof, terwijl deze tijdens de droge zomer beperkt was", weet Brolsma. "De stikstof die nu vrijkomt, is echter niet altijd direct te benutten, bijvoorbeeld wanneer snijmaïs nog op het perceel staat. Daarom is het belangrijk om na de oogst van de maïs zo snel mogelijk een vanggewas in te zaaien, zodat de vrijgekomen stikstof alsnog kan worden vastgelegd."

 

grasland-monster

In de grafiek hierboven, zijn alle nitraatmetingen die Eurogins Agro Testing het afgelopen jaar heeft gemeten op dekzand en zeeklei. Voor elke twee weken is het gemiddelde nitraatgehalte bepaald in de laag 0-30 cm voor minimaal 20 metingen om tot een nauwkeurig verloop over tijd te komen. Brolsma: "De nitraatgehalten vertonen een stijgende lijn tot ongeveer week 20. Vervolgens is sprake van aanzienlijke variatie in de meetresultaten, terwijl een duidelijke afname van de nitraatgehalten vooralsnog uitblijft."
 

Wat doelsturing eigenlijk probeert te bereiken

Doelsturing is gebaseerd op een relatief eenvoudig uitgangspunt: niet iedere bodem, ieder gewas en ieder bedrijf is hetzelfde. Daardoor leiden dezelfde maatregelen niet automatisch tot dezelfde resultaten.

"Wat uiteindelijk telt, is het resultaat op perceelsniveau," legt Brolsma uit. "Hoe efficiënt wordt stikstof benut en hoeveel blijft achter in de bodem?" Om die vragen te beantwoorden zijn objectieve gegevens nodig. En juist daar levert een Nmin-najaarsmeting een belangrijke bijdrage aan. De meting laat zien hoeveel minerale stikstof na afloop van het seizoen nog in de bodem aanwezig is. Daarmee ontstaat inzicht in hoe het perceel heeft gefunctioneerd onder invloed van weer, bodem, gewas en bemesting.

"Je kunt op papier precies zien wat er is bemest en je kunt aan de opbrengst zien wat het gewas heeft geproduceerd. Maar daarmee weet je nog niet hoeveel stikstof er aan het eind van het seizoen in de bodem is achtergebleven. Een Nmin-meting laat zien wat daarvan uiteindelijk het resultaat is."

Waarom verschillen tussen percelen zo interessant zijn

Juist die resultaten laten zien hoe groot de verschillen tussen percelen kunnen zijn. Dat blijkt ook uit eerdere meetrondes. Percelen die dicht bij elkaar liggen en vrijwel hetzelfde worden beheerd, kunnen toch heel verschillende Nmin-waarden laten zien. Volgens Brolsma schuilt daarin juist de grootste waarde van de meting.

"Als twee percelen met een vergelijkbare bemesting toch verschillende Nmin-waarden laten zien, dan wil je weten wat daarachter zit. Ligt het aan de bodem? Aan de waterhuishouding? Aan verschillen in beworteling of gewasontwikkeling? Daar begint het leren."

Volgens hem zijn dit soort verschillen geen afwijkingen, maar juist aanknopingspunten voor verbetering. Ze helpen om beter te begrijpen waarom stikstof op het ene perceel efficiënter wordt benut dan op het andere. Door meerdere jaren te meten ontstaat bovendien steeds meer inzicht in patronen. Welke percelen laten structureel lage restvoorraden zien? Waar lijkt de stikstofbenutting juist bijzonder efficiënt? En welke maatregelen hebben op langere termijn effect?

"Doelsturing draait uiteindelijk niet om één meting of één jaar. Het gaat om het herkennen van patronen. Pas dan kun je onderbouwde keuzes maken en gericht verbeteren."

aardappelteelt
agro-soil

Nmin vertelt niet het hele verhaal

Tegelijkertijd waarschuwt Brolsma ervoor om Nmin nooit los te zien van andere gegevens. Juist daarom ziet hij veel waarde in het combineren van verschillende gegevensbronnen. De Nmin-najaarsmeting geeft antwoord op één belangrijke vraag, maar krijgt pas echt betekenis wanneer de resultaten worden gekoppeld aan informatie over bemesting, gewasontwikkeling, opbrengst en weersomstandigheden. "Wanneer je Nmin combineert met opbrengstgegevens, bemestingsgegevens, gewasanalyses en informatie over het seizoen, ontstaat een veel completer beeld. Dan ga je van meten naar begrijpen."

Volgens Brolsma verschuift de rol van meten daarmee van controleren naar leren. Niet de meetwaarde zelf staat centraal, maar het inzicht dat eruit voortkomt.

De toekomst van doelsturing

Brolsma verwacht dat doelsturing de komende jaren steeds meer zal steunen op praktijkgegevens. Niet omdat data een doel op zich zijn, maar omdat betere inzichten leiden tot betere beslissingen. Hij ziet daarbij een belangrijke rol voor de Nmin-resultaten. 

"De kracht van doelsturing zit niet in meer regels, maar in beter inzicht. Hoe beter we begrijpen wat er op een perceel gebeurt, hoe beter we kunnen sturen op zowel rendement als waterkwaliteit. Een Nmin-meting helpt om die kennis zichtbaar te maken." Daarom ziet hij de meting niet als het einde van een seizoen, maar als een startpunt voor nieuwe inzichten. "Wie wil sturen op een doel, moet eerst weten waar hij staat. En dat begint met meten."

Betrouwbare analysegegevens helpen boeren en adviseurs om over te stappen van aannames naar onderbouwde beslissingen. Met inzicht in de bodemvoorraad, nutriëntenbeschikbaarheid en bodemkwaliteit kunnen zij gerichter sturen op gewasopbrengst, efficiënt nutriëntengebruik en een duurzaam bouwplan

Bekijk onze bodem-oplossingen