BodemlevenMonitor wordt gebruikt door telers, adviseurs en onderzoeksinstituten. Het geeft informatie over het microbiële leven in de bodem door de micro-organismen in kaart te brengen.
De testresultaten van BodemLevenMonitor kunnen worden gebruikt voor benchmarking en vergelijking tussen verschillende managementstijlen.
BodemlevenMonitor kan u helpen veel vragen te beantwoorden, zoals of de toevoeging van compost een positief effect kan hebben.
Microbieel leven gedijt bij grote hoeveelheden organische stof. Organische stof slaat koolstof op, afkomstig van CO2 in de atmosfeer, en vergroot het waterbergend vermogen van de bodem.
Gezonde bodem is veerkrachtige bodem en kan beter omgaan met verschillende stressfactoren, zoals droogte, overstromingen, extreme temperaturen, plagen, ziekten en veranderingen in landgebruik.
Een evenwichtig bodemleven is de basis van een veerkrachtige bodem en van duurzame landbouw- en natuurlijke systemen.
Compost kan de microbiële biomassa positief beïnvloeden en wat het effect van niet-kerende grondbewerking is op de schimmelgemeenschap in uw bodem.
Een rijk microbieel ecosysteem biedt minder ruimte voor ziekteverwekkers om te groeien door concurrentie.
Bacteriën en schimmels breken organische stof af, en daarbij worden voedingsstoffen gemineraliseerd. Deze voedingsstoffen kunnen door de planten worden opgenomen. Een hoge microbiële activiteit is daa…
Protozoa zijn eencellige micro-organismen met een celkern (eukaryoten).
Zij maken voedingsstoffen beschikbaar voor gewassen door te ‘grazen’ op micro-organismen, vooral bacteriën.
De activiteit van protozoa is sterk afhankelijk van bodemvochtigheid en vindt vooral plaats in dunne waterlagen en met water gevulde poriën.
Kleine poriën kunnen bacteriën beschermen tegen begrazing door protozoa, waardoor hun toegang en activiteit worden beperkt.
Actinomyceten zijn bijzondere bacteriën die draadvormige filamenten vormen die lijken op schimmelhyfen, maar ze hebben geen celkern en hun celwanden bevatten geen cellulose of chitine.
Sommige soorten, zoals Streptomyces sp., produceren antibiotica die pathogene bodemschimmels op natuurlijke wijze onderdrukken en de ziekteresistentie verbeteren.
Bepaalde actinomyceten gedragen zich als parasieten op schimmelhyfen of sporen, of concurreren met schadelijke schimmels om voedingsstoffen in de bodem.
Zij breken complexe organische materialen af zoals cellulose, lignine en chitine, en ondersteunen zo een stabiele humusvorming, een betere bodemstructuur, CEC en waterbalans.
Actinomyceten geven de voorkeur aan neutrale tot licht alkalische bodems, gedijen het best bij een pH tussen 6,5 en 8,0 en zijn minder actief onder zure omstandigheden.
Arbusculaire mycorrhiza zijn schimmels die een symbiose kunnen aangaan met ongeveer 80% van alle plantensoorten. Deze schimmels groeien in en rond de wortels en voorzien het gewas van voedingsstoffen…
Hoe groter het mycelium (netwerk van schimmeldraden of hyfen) rond de wortels van een gewas, hoe meer voedingsstoffen, zoals nitraat en fosfaat, de plant kan opnemen.
Gewassen die geen symbiose aangaan met arbusculaire mycorrhiza zijn gewassen uit de families Cruciferae (kruisbloemigen, bijv. koolgewassen) en Chenopodiaceae (ganzenvoetachtigen, bijv. spinazie, biet…
De beste manier om een BodemlevenMonitor-monster te nemen, hangt af van het substraattype en van de vraag of het open teelt of kasgrond betreft.
Bemonstering van percelen gebeurt op dezelfde manier als voor de meststofanalyse. Neem minimaal 40 steken in een W-vormig patroon over het hele perceel of een deel ervan. Wij adviseren een maximale be…
Voor de meeste akkerbouwgewassen moeten monsters tot 25 cm diep worden genomen en voor grasland tot 10 cm diep. Neem monsters indien mogelijk onder vochtige omstandigheden en vermijd bemonstering wann…
Verzamel minimaal 1 liter grond in een plastic zak of een zak met plastic binnenvoering. Als alternatief kunt u de monsters laten nemen door een monsternemer van Eurofins Agro Testing, die de exacte G…
Neem 40 steken tot 25 cm diep, verspreid over ten minste 8 vakken, bedden of rijen planten (max. 1 hectare). Verzamel 1 liter grond in een plastic zak of een zak met plastic binnenvoering voor analyse…
Van PLFA's is bekend dat ze snel afbreken en daarom indicatief zijn voor levende micro-organismen. De snelheid waarmee de vetzuren afbreken hangt echter af van omgevingsfactoren, met name de temperatu…
Een recente studie heeft aangetoond dat de halfwaardetijd (t½) van verschillende PLFA's tussen 14 en 27 uur ligt. Afbraak bij 15°C duurt twee keer zo lang als bij 20-25°C.
De tijd waarna precies de helft van de oorspronkelijke hoeveelheid materiaal overblijft.
De afbraaksnelheid was ongeveer gelijk in bodems met een lage en hoge microbiële biomassa.
Zhang et al. (2019) – Hoge omloopsnelheid van vrije fosfolipiden in de bodem bevestigt de klassieke hypothese van de PLFA-methodologie.
De maximale doorlooptijd van een bodemanalyse is drie weken na aankomst van het monster in het Eurofins Agro Testing laboratorium in Wageningen.
Microbiële biomassa is een gekwantificeerd totaal van een groot aantal vetzuren. Schimmels en bacteriën vormen hiervan het grootste deel, maar omvatten niet de volledige microbiële biomassa.
De eenheid van de gemeten parameters is mg PLFA/kg grond. De biomassa van schimmels, bacteriën en microbiële biomassa in mg C/kg grond wordt berekend met behulp van een uit de literatuur bekende omrek…
Is een maat voor de ecologische diversiteit van de groepen organismen die in de bodem voorkomen. De index gebruikt het aantal soorten en hun abundantie als invoer.
De laagste waarde van de SWI is 0 (slechts 1 soort aanwezig) en het maximum is afhankelijk van het aantal soorten wanneer ze allemaal in dezelfde abundantie aanwezig zijn.
De index is gebaseerd op de zes groepen die worden gemeten met de BodemlevenMonitor-analyse: gram +, gram -, actinomyceten, saprofyten, mycorrhiza en protozoa.
De schimmel-bacterieverhouding geeft de verhouding aan tussen de totale schimmelbiomassa en de totale bacteriële biomassa (uitgedrukt in g C/kg grond).
De verhouding kan ook worden gebruikt als indicator voor de mate van verstoring. Over het algemeen hebben onverstoorde ecosystemen een hogere schimmel-bacterieverhouding dan verstoorde systemen.
Biologische en low-inputsystemen hebben een hogere schimmel-bacterieverhouding dan conventionele, verrijkte systemen.
Vormen van verstoring zoals grondbewerking, verwijdering van gewasresten en begrazing zorgen ervoor dat deze verhouding daalt.
Bacteriën kunnen in twee verschillende groepen worden verdeeld: Gram-negatief (Gram-) en Gram-positief (Gram+).
Gram-positieve bacteriën zijn over het algemeen groter dan Gram-negatieve bacteriën en kunnen sporen vormen. Daardoor zijn ze beter bestand tegen droogte en waterstress.
Gram-negatieve bacteriën kunnen verschillende soorten verstoring beter verdragen (vormen van stress, zoals ploegen en het gebruik van pesticiden), omdat zij een buitenmembraan hebben.
Door Gram-positieve bacteriën gedomineerde populaties (>1) komen vaker voor aan het begin van het groeiseizoen en raken weer in balans wanneer de bodemomstandigheden gunstiger worden.
De PLFA-analyse geeft inzicht in de biomassa van het actieve mycelium (netwerk van schimmeldraden of hyfen) van arbusculaire mycorrhiza in de bodem. Hiervoor wordt het vetzuur 16:1ω5 gebruikt.
De biologische parameters van BodemlevenMonitor worden geanalyseerd met de PLFA-methode. PLFA staat voor fosfolipidevetzuren. Deze vetzuren komen voor in de celmembranen van levende organismen.
Verschillende groepen organismen hebben unieke samenstellingen van PLFA's. Door PLFA's te meten en te kwantificeren, is het mogelijk een vingerafdruk van het bodembedselweb te verkrijgen.
Celmembranen van schimmels bestaan uit andere PLFA's dan die welke in bacteriën worden aangetroffen. De aanwezige PLFA's worden gemeten en gekwantificeerd met behulp van gaschromatografie-massaspectro…
Nee, met de PLFA-methode kan alleen onderscheid worden gemaakt tussen groepen micro-organismen zoals actinomyceten en arbusculaire mycorrhiza. PLFA-analyse levert een vingerafdruk van het bodemvoedsel…
Uitplaatmethoden en DNA-technieken zijn geschikter voor het identificeren van specifieke soorten.
De streefwaarden geven aan hoe de score van het monster zich verhoudt tot vergelijkbare bodems of matrices en zijn gebaseerd op percentielen van monsters die in de praktijk zijn genomen.
De streefwaarden van buitengrond- en kasgrondmonsters worden bovendien gecorrigeerd op basis van hun organische-stofgehalte.
De streefwaarden van bodems die arm zijn aan organische stof zijn lager en liggen dichter bij elkaar dan die van bodems die rijk zijn aan organische stof.
Het beste moment om een monster te nemen voor BodemLevenMonitor hangt af van het doel van de analyse.
Voor percelen die in de tijd worden gemonitord, is het beste moment om monsters te nemen ongeveer elk jaar op hetzelfde tijdstip en telkens onder vergelijkbare omstandigheden.
Bodemleven is over het algemeen actiever in het groeiseizoen onder warme, vochtige omstandigheden. In de winter vertraagt de activiteit van het bodemleven en zeer droge omstandigheden kunnen het bodem…
Eurofins Agro Testing meet PLFA's met behulp van nabij-infraroodspectroscopie (NIRS): een snelle, innovatieve en betrouwbare methode.
Door veel monsters te analyseren – zowel met natchemische methoden als met NIRS – wordt de NIRS-analyse gekalibreerd om PLFA's in grondmonsters optimaal te meten.
Ruwvoer
Equi Feed
BodemlevenMonitor
Soil Carbon Check
Documenten